Vanavond word ik verwacht bij mijn boekhouder. De lieve man, Rudi, zal mij weer met lede ogen zien aankomen. Steeds laattijdig, altijd onvolledig, steeds ongeïnteresseerd in zijn fiscaal vernuft zijn snedige ingrepen en creativiteit. Ja ik ben een onwaardige cliënt. Het probleem is dat ik steeds te veel inhoudelijk bureauwerk heb voor mijn eigen cliënten en mijn eigen administratie daarom met enige laksheid voer. Net zoals een dokter die geopereerd moet worden of één of ander medische probleem heeft, die wachten ook zo lang mogelijk en verzinnen daarbij ook allerlei smoezen.

Elk jaar opnieuw neem ik mij voor om elke week, desnoods elke maand mijn facturen en ereloonstaten te ordenen, te indexeren, te excellen…En mijn goede voornemen overleeft meestal de weg van Rudi naar kantoor zelfs niet.

Verleden jaar dacht ik een sublieme oplossing te hebben gevonden en spande ik mijn mama voor mijn boekhoudkar. Jammergenoeg was haar interesse na één aanslagjaar al dermate getaand dat ik er dit jaar niet eens over begin.

Ook R. is niet te overtuigen met mijn argument dat de meeste van mijn collega’s (confraters) hun boekhouding laten doen door hun wederhelft. Zijn antwoord is steeds: “Maar papieren, dat is toch jouw hobby!”. Toegegeven: ja, maar andermans papieren zijn mijn werk en hobby.

Niet mijn eigen paperassen.

Maar Rudi is mailsgewijze al gewaarschuwd dat ik met een beperkte buit in aantocht ben…en dat de rest volgt in augustus, als ik mijn bureau uitmest (zijnde oude dossiers weer opdiep enzo). Tenzij ik weer een andere smoes kan vinden, er is immers tijd tot 31 oktober.

Advertenties