You are currently browsing the monthly archive for juni 2006.

Vanavond hebben we voor de eerste keer een “vreemde” babysit (lees een babysit die niet familiegerelateerd is). Ik heb toch een beetje een raar gevoel hierover. Immers, je weet dat het de normaalste zaak van de wereld is dat je als ouders samen wel eens weg zal moeten en dat je geen beroep kan of wil doen op grootouders, nonkels,….Maar toch…

Onze babysit is 19, dus al geen snotneus meer en het is de dochter van een Artemis-vriendin. Dus ze is niet gans vreemd. Ik ken ze zelfs. Dus ik heb er een goed gevoel bij.
Ik maak me meer zorgen of Ophélie niet zal wenen, zal willen slapen, lastig zal zijn…Het zou iets anders zijn als ik ze al te slapen zou kunnen leggen en als Melanie gewoon een oogje in het zeil dient te houden. Maar onze prinses moet nog een flesje hebben rond 21 uur, een verse pamper, pyama…Oh, het zal wel allemaal meevallen.

Komende zaterdag vertrekken we voor veertien dagen naar zee met ons klein prinsesje. Ik zie er geweldig naar uit, daar waar ik verleden jaar nog mijn neus zou hebben opgehaald voor zo’n tripje.

Ik maak duchtig lijstjes wat zeker niet vergeten mag worden en denk na over de organisatorische kant van het verhaal. Want R. gaat samen met A. per fiets naar Nieuwpoort, wat er op neer komt dat ik waarschijnlijk alleen de auto zal mogen vullen en deels leegmaken.

Over de bagage maakt R. zich allerminst zorgen. Voor hem is het eenvoudigweg 5 minuten voor je vertrekt je valies opendoen en alles er in smijten…Maar dergelijke werkwijze is dus niet aan mij besteed. Ik wil zaterdag immers toekomen voor de middag met kind en alles er op en er aan.

En aangezien de komende dagen redelijk druk zijn (einde gerechtelijk jaar, morgenavond een etentje, vrijdagavond een trouw), zal ik vanavond al één en ander klaar zetten. Want anders blijft er mij een onbehaaglijk gevoel achtervolgen…want ik wil geen minuut van onze veertien dagen missen!

Ik heb een hekel aan mensen die mij bellen over de middag. Mensen vinden het blijkbaar geen enkel probleem mij te bellen tussen 12 en pakweg 13.30. Zowel op kantoor als op gsm. Het adagium tussen twaalf en één eet iedereen is hen blijkbaar vreemd.

De middagbellers zijn meestal dezelfden: cliënten die tegen dan pas op zijn en denken: “Ha, we zullen eens bellen om te zien hoe het met de zaak staat”. U zegt “maar neem dan toch niet op”, ja dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan want de middagbellers hebben ook de eigenschap dat ze niet aflatende bijters zijn die je desnoods 10 keer opbellen, tot je uiteindelijk moegetergd en behoorlijk pissed toch opneemt. Meestal gaat het ook om hetzelfde: geld. Geld dat ze nog moeten krijgen, want zelf betalen, daar zouden ze niet voor bellen. Hebben die mensen dan zelf geen honger?

Er zijn zo van die indicaties die al aangeven in welke mate het eten zal gesmaakt worden. Banaliteit is meestal een veeg teken. Ik spreek dan niet over het interieur of de tafelbekleding, maar over bv. de broodmand en meer bepaald de inhoud ervan.
Pretenderen dat je het brood in huis bakt, maar dan wel opteren voor de goedkope kleine soort pistolets waar de afdruk van fabriekband aan de onderkant nog duidelijk te zien is, dergelijke dingen.

De Waterpoort in Ieper is hier een staaltje van.

Toen we de deur openduwden en onze kinderwagen binnenreden stelden we vast dat het er goed vol zat, maar gelukkig vonden we nog een plaatsje aan het raam, uitkijkend op de tuin, met wat verwaarloosd ogend tuinmeubilair.
Een picon voor meneer konijn, die correct was en een cola light voor mij. Het begon toen al, er werd een Ice tea gebracht i.p.v. een cola light, maar voor ik hierover iets kon zeggen was de ober alweer weg en tegen dat hij weer in mijn gezichtsveld kwam, had ik al van de dorst de helft opgedronken. Soit. Aangezien ik ’s avonds nog naar een BBQ mocht werd het de dagschotel.
De kippenroomsoep smaakte alleszins niet slecht, maar ik twijfelde toch over de herkomst ervan, soit, de portie was ruim bemeten. De vol-au-vent met frietjes of rijst klonk goed in de oren, maar was té zout, had te weinig smaak, veel te veel balletjes en de rijst, help, de rijst smaakte als de rijst op school: niet dus, maar wel goedkoop en plakkerig.
R. en ik waren het over eens dat de vol-au-vent in de Makro van dezelfde kwaliteit was als deze hier, maar daar verwacht je ook niet meer. De frieten aan de overkant werden te vet bevonden. Als dessert kwam er nog een koffie met een chocolaatje van Italo Suisse, niets bijzonders.

Het zag er allemaal bijzonder lekker en smaakvol uit, maar dit was het in het allerminst of toch niet wat wij ervan verwachtten…Voor de Makro zou het goed geweest zijn en dat zegt ook alles over dit etentje. Wat ik niet begrijpen kan is dat men de dagschotel niet gebruikt om de smaak naar meer aan te scherpen, de nieuwsgierigheid naar de rest van de kaart en het kunnen van de kok de volgende keer te proberen.
Misschien is a la carte eten er wel lekker en correct, maar in elk geval zijn we niet geneigd om dit binnenkort te doen. En ja, ik weet dat je een restaurant een tweede kans dient te geven, maar niet direct.

De laatste dagen ben ik regelmatig op restaurantbezoek geweest, wat evident niet ten goede komt aan het “pointsverbruik”.

Op een min of meer zonnige middag ging ik met collega D. eten bij “De Genieter” in Aalter. Op het terras dat bijna volzet was vonden we toch nog een tafeltje voor twee personen. Mede gelet op de drukte duurde het even voor iemand kwam vragen wat we wensten, gelukkig hadden we al vooraf uitgemaakt dat we de dagschotel wensten. Een kwartier later werd de soep, een smakelijke kreeftenbisque met waarachtig enkele grijze garnalen opgediend. Met een (te) kleine portie vers brood met boter uit een kuipje. Tien minuten later werd ons nog een repasse aangeboden, wat we niet weigerden. Ondertussen kreeg ik het al warm toen ik op mijn uurwerk keek, uiteindelijk werd het hoofdgerecht pas een 25 minuten later opgediend. Doch de verzorgdheid maakte veel goed en wij aten smakelijk van onze lambrochette (metalen pin met vier malse stukken vlees, perfect gegaard en afgewerkt met telkens een ganse champignon ertussen), warme tomaat, witloof, aardappelen en provençaalse saus. Als toemaatje kwam er nog een koffie met klassiek banaal chocolaatje en voor mijn collega een industriële ijsbuche genre ijsboerke (hij merkte op dat hij dit ook voorgeschoteld kreeg bij zijn grootmoeder…). Voor de prijs van 10 € was dit een zeer verzorgde dagschotel, enige minpunt was het tijdsverloop, men kan het nauwelijks een snelle lunch noemen als men van 12u50 tot 14u15 de tijd nodig heeft.

R. is redelijk geëmancipeerd wat huishoudelijke klusjes betreft, met dien verstande dat hij het doet als hij er zelf tijd en zin voor heeft (dus veel te lang wachten naar mijn zin, dus dan doe ik het maar zelf). Maar de vaatwas vullen, stofzuigen,…doet hij regelmatig.

De was doen daar had hij zich sedert jaren veraf van gehouden (in tegenstelling tot de droogkast: hij smijt er gewoon alles in, ook kanten BH’s bv.). Toen ik vanmiddag belde en het nogal lang duurde tot er werd opgenomen, had ik al onmiddellijk moeten weten dat er iets loos was. Hij had moeten spurten uit de kelder. “Wat deed jij in de kelder”, “Awel, de was aan het sorteren”, “Hoe bedoel je”, “Ewel om de was te doen”, “Welke was?”, “Deze die er staat in die wasmand”. Een zeer nobel initiatief, ware het niet dat die was al gedaan was en klaarstond om te worden gestreken door de strijkster die vanmiddag komt…

Ik heb hem nog gevraagd of hij niet gezien en geroken had dat die was al gedaan was. “Daar heb ik niet op gelet hoor”. Geef toe dit zou een vrouw toch nooit overkomen? Of wel?

Mannen, hé…

Gisterenavond zijn we met onze schat naar de pediater gegaan. Lekker ingeduffeld in de maxi cosi begon ze hartverscheurend te wenen. R. heeft haar dan maar, zeer verantwoord, op zijn schoot genomen. Aangekomen in het ziekenhuis bleek de pediater een urgence te hebben. Al wiegend met haar rondgelopen op de gang, tot we uiteindelijk doorhadden dat Ophélie gewoon honger had als een leeuw. In de wachtzaal heeft ze dan een koude (!) fles gedronken. En dan was ze heel braafjes, tot er in haar oren werd gekeken en met een koude stetoscoop werd gevoeld aan haar dikke buik. Diagnose: zeer pijnlijke aften, viraal en de pediater was verwonderd dat ze nog zoveel dronk. Ze had liever dat ze vandaag niet naar de onthaalmoeder ging. En natuurlijk viel het logement van nonkel Axel als een geschenk uit de hemel: hij zou babysitten tot R. terugkwam van examens afnemen. Een gedroomde babysit! Al was het wel zijn vuurdoop in het toebrengen van “poepsnoep”. Ophélie was er niet rouwig om alleszins want als ze Axel ziet dan lacht ze uitbundig. Zou ze verliefd zijn?

Onze kleine prinses werd vanmorgen wakker met een luide schreeuw en we dachten dat ze zoals gewoonlijk uitgehongerd was. Doch van de fles wou ze niet weten en ze zag toch wel een beetje rood. 38,5° en de eerste keer dat ze koorts had. Een perdolan later was de koorts gezakt naar 38°. Ik moest niet naar de rechtbank en R. moest ook geen examens afnemen, zodat ze gans de dag lekker thuis kan blijven. Maar ik ben er toch niet helemaal gerust in vooral omdat mijn meer ervaren collega mij bang gemaakt heeft: nier-, blaas-, keel-, oorontsteking…behoren tot de mogelijkheden. Toch raar dat je je zo zorgen kan maken, ik zal pas gerust zijn als de koorts verdwenen is of we een bezoekje aan de pediater brengen.


Iq-testjes. Je vindt ze belachelijk, maar toch ben je benieuwd naar je score. Ik ontzie het me steeds ze in te vullen. Oneindige reeksen getallen waar je een bepaald stramien in dient te zien of juist niet. Meestal zit ik er naar te staren en ontgaat mij de logica.

In het 6de studiejaar werden we in het kader “watwiljelaterwordenengajedatwelkunnen” onderworpen aan een resem tests.
Weken op voorhand was er al commotie onder de gelederen in ons kleine klasje. Het ” PMS” kwam. Ik zie het nog steeds voor me, mannen in zwarte pakken, met zwarte zonnebrillen en zwarte aktentassen binnenkomend in ons schooltje te Alveringem op de tune van Men in black…

Het resultaat was dat ik niet van de snuggersten was, de middenmoot, maar met een rijke fantasie en dat heeft uiteraard veel goedgemaakt.


Tja, het gaat niet zo goed met de “points” eerlijk gezegd. Toen het mooi weer was ben ik elke middag met mijn collega’s op een terrasje gaan eten. En toen het weer minder was heb ik er ook niet zo op gelet.

Maar alvast goed nieuws: de pralinen zijn op!

Gisteren heb ik voorbereidingen getroffen voor het maken van confituur. Pruimpjes gewassen en gesneden en die staan nu al een nacht te trekken in de “luimensendieconfituurwillenmaken” suiker, zijnde suiker waarbij men drie delen fruit neemt op één deel suiker. Vanavond nog even opkoken en dan in bokalen gieten.

Rabarber stond ook op mijn verlanglijstje maar toen ik de fruitmarchand in de Meensestraat te I. ernaar vroeg zei hij dat hij dat niet had, want dat er daar geen vraag naar was (misschien 5 keer per jaar). Hij keek me bovendien met veel respect aan en zei nog “en zeker geen vraag van madamtjes van joen leeftiet”. Blijkbaar is rabarber fruit (of is het een groente?) voor oude mémés… Maar Claude van de markt zal mij zaterdag wel verder kunnen helpen.